Deel dit artikel
Deel dit artikel

Kritische sportconsument dwingt clubs tot flexibele contributievormen

Sportverenigingen hanteren veelal lidmaatschappen met vaste jaarcontributies. Hoewel transparant, past deze traditionele vorm van beprijzen steeds minder goed bij de beleving van (potentiële) leden. In navolging van diverse sectoren zal ook de sportsector moeten overgaan op meer flexibele contributievormen, waarbij leden afnemen en betalen naar eigen behoefte. Veel commerciële sportaanbieders hebben die stap al gemaakt en hanteren gedifferentieerde abonnement- en tariefsystemen. Ook voor de georganiseerde sport biedt flexibilisering kansen om (nog) beter aan te sluiten bij de vraag van hun (potentiële) leden.

Wie door de bril van een verenigingsbestuurder de ontwikkelingen in de sportmarkt bekijkt ziet een aantal zorgwekkende ontwikkelingen. Het aantal mensen dat in verenigingsverband sport neemt af, wat zich vertaalt in teruglopende ledenaantallen. Daarnaast worden verenigingssporters steeds kritischer in het beoordelen van hun (potentiële) vereniging. Enerzijds schroeven de meer bemiddelde verenigingssporters, al dan niet onder invloed van ervaringen bij commerciële sportaanbieders, de eisen op die men stelt aan de dienstverlening van de vereniging. Het clubhuis moet langer open, de douches moeten het altijd doen en ook de meisjes van de C7 moeten een goede trainer krijgen. ‘Ik wil best een forse contributie betalen, maar dan moet alles op de club wel goed geregeld zijn’. De sportconsument eist waar voor z’n geld.
Anderzijds zijn er de verenigingssporters voor wie, al dan niet onder invloed van de huidige economische tegenwind, het persoonlijke kostenplaatje centraal staat. Ook zij eisen waar voor hun geld, maar zetten daarbij vooral in op beperking van de kosten. Dit uit zich onder meer in een kritische houding ten opzichte van onderdelen van het dienstenpakket waarvan men het gevoel heeft dat deze niet direct aansluiten bij de eigen behoefte. Waarom zou ik meebetalen aan extra trainingen voor de selectieteams als ik daar zelf geen deel van uitmaak?
De ene groep wil meer en is bereid daarvoor te betalen, de andere groep wil minder betalen, en vindt sommige diensten overbodig. Hoe ga je als bestuurder om met deze ogenschijnlijk tegengestelde wensen? Kan je tegelijkertijd deze beide ledengroepen aan je binden?
Ja, dat kan. De sleutel zit ‘m in het begrip ‘waar voor je geld’. Dat is wat beide groepen, en in feite alle leden, wensen. Het bedienen van leden (en potentiële) leden met uiteenlopende wensen is mogelijk, maar vereist wel een belangrijke eerste stap: het vervangen van de traditionele lidmaatschaps- en contributievormen door meer flexibele vormen. De bestaande, veelal op leeftijdscategorieën en vaste jaarlijkse contributiebedragen gebaseerde contributiemodellen bieden immers geen ruimte om in te spelen op afwijkende ledenbehoeften.

Flexibiliteit
Een flexibeler contributiesysteem maakt het mogelijk om afscheid te nemen van de verplichte afname door leden van alle door de organisatie geleverde diensten. Die verplichting zit immers ingebakken in de vaste jaarlijkse contributies. Dit maakt dat alle leden bijvoorbeeld meebetalen aan de additionele faciliteiten van de topteams. Hoewel hiervoor vanuit verenigingsoogpunt prima argumenten kunnen zijn, blijkt in de praktijk een deel van de leden een dergelijke solidariteitsbijdrage niet (langer) zomaar te accepteren. Dit kan leiden tot opzeggingen of gemiste toestroom van nieuwe leden die de contributie nu te hoog vinden.
Het alternatief is om nadrukkelijker een link te leggen tussen de diverse kostenposten van de club en de leden die profiteren van deze uitgaven. Laat de extra uitgaven voor de topteams gedragen worden door deze teams zelf. Zij zullen in de regel bereid zijn om bovenop hun vaste contributie een opslag te betalen, aangezien zij daar zelf ook van profiteren. Tegelijk kan dan de contributie van de overige leden iets omlaag.

Het invoeren van een flexibeler contributiesysteem vereist wel dat goed inzicht bestaat in:
a. alle verschillende diensten die de vereniging levert. Naast ‘trainingen voor topteams’ is dat ook ‘het besturen van de club’, ‘het onderhouden van de velden’ en bijvoorbeeld ‘het organiseren van feesten’;
b. de kosten van alle diensten. Dit kan zijn op jaarbasis of ‘per stuk’. De huur van de velden vormt een vaste jaarlijkse kostenpost die moet worden gedekt, terwijl de organisatie van feesten beter per stuk kan worden bekeken;
c. welke subgroepen van leden gebruik maken van de verschillende diensten. Daarbij is er onderscheid tussen ‘gedwongen gebruik’ en ‘gekozen gebruik’. Zo kunnen leden zich niet onttrekken aan de kosten van bijvoorbeeld het bestuur. Bij de kosten van het organiseren van feesten op de club ligt dat anders.

Gewapend met deze kennis kan een lidmaatschap- en contributiesysteem worden ontwikkeld dat meer aansluit bij het werkelijke gebruik van (groepen van) leden. Een dergelijke beweging naar meer vraaggestuurde vormen, is overal om ons heen zichtbaar. Kijk naar de telefonie, waar we gewend zijn aan een vast bedrag voor iedereen om bepaalde vaste kosten te dekken en een naar eigen inzicht gekozen aanvullend dienstenpakket. Wil je een ruime dienstverlening, dan betaal je meer. Ook verenigingen kunnen toewerken naar zo’n systeem met een relatief laag basisbedrag (voor de vaste kosten) en een keuzemenu van diensten met bijbehorende tarieven.

Wel of niet doen?
Menig clubbestuurder zal zich bij dit pleidooi voor flexibilisering achter de oren krabben. Maken we het zo niet te ingewikkeld? Moet je dit als vereniging wel willen? Laat ik hier duidelijk in zijn. Begin er niet aan als je de noodzaak niet voelt. Een flexibel tariefsysteem is uiteraard complexer dan werken met vaste jaarbedragen. Het vergt gedetailleerd kosteninzicht en extra aandacht voor het begrotingsproces. Maar wanneer u het geschetste gedrag van (potentiële) verenigingsleden en het toenemend belang van ‘value for money’ herkent, is het verstandig om met uw contributiesysteem nauw aan te sluiten bij de kritische afwegingen van de ‘homo economicus’. Een flexibel diensten- en contributiesysteem zou wel eens de sleutel kunnen zijn tot het behoud van uw huidige leden en het aantrekken van nieuwe leden.

Pieter Verhoogt is sporteconoom bij Sport2B. Hij adviseert en ondersteunt sportbonden en -verenigingen met het ontwikkelen en invoeren van flexibele lidmaatschap- en contributievormen. Momenteel begeleidt hij de Werkgevers in de Sport (WOS) bij de modernisering van haar lidmaatschappen en contributies
Voor meer informtie: verhoogt@sport2B.nl, (06) 506 920 23.

Tags:    Contributiebeleid
Gerelateerde artikelen
laatste reacties
"Is er in de buurt van Veenendaal een RG vereniging/club?
Ik l..."
Ritmische Gymnastiek 11 dagen
"Beste Mijnheer Kruis,

u kunt het beste zelf de verenig..."
Jubileumspelden 11 dagen
"21 dagen geleden( zie hierboven) heb ik een vraag gesteld en nog g..." Jubileumspelden 13 dagen