Deel dit artikel
Deel dit artikel

Fieke Willems

Vrijwilliger van de maand februari 2013

“Ik kan niet ontkennen dat het af en toe een rotleven is geweest”

Fieke Willems ná het turnen

Door Lisette van der Geest

Dit artikel is verschenen in de wintereditie van het magazine gymsport.nl

Nee, ze kijkt niet met onverdeeld genoegen terug op haar actieve turncarrière. Maar Fieke Willems heeft zich nooit van het turnen afgekeerd, zeker niet nu de sport een nieuwe start lijkt te maken. Begin dit jaar trad ze toe tot het bondsbestuur van de KNGU om deze ontwikkeling kracht bij te zetten. “Ik zal altijd met het turnen verbonden blijven.” Eigenlijk wil ze alleen maar positivisme uitstralen. Het turnen lijkt een rooskleurige toekomst te hebben en als nieuw bondsbestuurslid kan Fieke Willems (30) daaraan bijdragen. Maar een verleden als het hare is moeilijk te vergeten. Het gaat goed met Willems. Vrienden, werk, een stabiele relatie en ambitieuze toekomstplannen, de dertigjarige voormalig turnster heeft het allemaal. Het is alweer jaren geleden dat ze haar kleine, afgetrainde gestalte twee keer per dag in een turnpakje wurmde. Tegenwoordig bezit Willems een slank lichaam, dat ze met grote regelmaat omhult door een witte doktersjas. Willems trainde het grootste gedeelte van haar carrière bij turnvereniging Hazenkamp, in haar geboorteplaats Nijmegen, maar woont inmiddels al een aantal jaar in Amsterdam. Sinds februari volgt ze een zesjarig traject in ziekenhuis AMC, als neuroloog in opleiding. Haar oude turnpakjes liggen ergens vergeten in een doos, te wachten tot Willems besluit waar ze naartoe mogen. Ze trekt ze zelf in elk geval nooit meer aan, weet ze. Een tweede comeback is uitgesloten.

Onverantwoorde eetgewoontes
De vraag is ook of de kledingstukken haar nog zouden passen. Willems is niet meer de turnster van toen. Van een zeer afgetraind meisje is Willems in vijftien jaar getransformeerd naar een vrouw met een verantwoord gewicht. Dat scheelt meer dan twintig kilo. Ze was destijds jong, turnde al vanaf haar achtste redelijk fanatiek, had een droom en was onderworpen aan de visie van haar trainers. En gewichtscontrole was nou eenmaal onderdeel van het turnregime waarin ze verkeerde. Inmiddels kan Willems zich niet meer vinden in de onverantwoorde eetgewoontes van destijds, ongeveer vijftien jaar geleden. “Het was vroeger extreem. Voor topsport is het nodig om het gewicht onder controle te houden. Maar dat moet wel op een professionele en verantwoorde manier. Het voedingsprotocol van die tijd keur ik af, zeker nu als arts. Voeding is nodig voor groei en ontwikkeling.” Niet alleen het eetpatroon werd indertijd ter discussie gesteld, zelfs zweetdruppels werden besproken. De getallen op de weegschaal moesten altijd zo laag mogelijk blijven. “Zweten was volgens mijn trainer een uiting van te veel vocht.” Het waren lastige eisen voor haar, want Willems moest met haar ‘verkeerde’ genen en daardoor goede vochtregulatie regelmatig het zweet van haar voorhoofd vegen. Ondanks dat ze amper vocht tot zich nam. Dat haar verleden ter sprake komt, is een gevolg van haar eerlijkheid. “Ik kan gewoon niet ontkennen dat het een heel pittig en af en toe een rotleven is geweest.” Maar let wel, inmiddels ziet Willems een sport waarmee het duidelijk beter gaat.

Robot
Ze maakte deel uit van de Nederlandse ploeg, met daarin onder meer Verona van de Leur, Renske Endel en Gabriëlla Wammes, die in 2001 als vijfde eindigde op de WK in Gent. Door deze prestatie werd het Nederlands team verkozen tot sportploeg van het jaar. Er is een wereld van verschil tussen het ‘zeer negatieve trainingsklimaat’ van destijds en de situatie nu. Vijftien jaar geleden was er geen ruimte voor vrienden en vriendinnen, vriendjes waren al helemaal uit den boze en wie thuis vertelde over de aanpak in de turnhal, kon de volgende dag rekenen op een reprimande. “We mochten niet laten blijken of we gelukkig waren, verdrietig of wat dan ook. Ik ben weleens een robot genoemd, omdat ik alles deed wat er gezegd werd.” Op vijftienjarige leeftijd won ze de nationale titel op de vierkamp. Willems ontving felicitaties van buitenstaanders, van haar trotse ouders, maar niet van haar trainer, degene wiens oordeel voor haar de meeste waarde had. Ze moest het doen met een opmerking over de training van de volgende dag. Dat was geen verrassing, complimenten werden vrijwel nooit uitgedeeld. Alleen een oefening die niet perfect geturnd werd, verdiende aandacht. Negatieve aandacht. Het maakt dat Willems zelf vrijwel nooit stilstond bij haar successen en slechts sporadisch was er tijd om te genieten. “Ik vind het moeilijk om te zeggen dat ik trots ben op mezelf. Om te zeggen: jeetje Fieke, dat heb je echt heel goed gedaan!” Er valt een stilte. “Ik besef ook wel dat het niet niks is waar ik nu sta als ex-turnster. Maar het blijft lastig om te zeggen.”

Jaloers
Daarom is het voor Willems erg belangrijk om veranderingen in de turnsport te zien. In april werd ze benoemd tot bondsbestuurslid van de KNGU. Daarmee brengt ze jong bloed in de organisatie en is ze de enige met jarenlange ervaring vanaf de vloer. Willems is heel blij met deze erkenning. “Dit zegt toch dat ze vertrouwen in mij hebben en ik vind dit een verantwoordelijkheid waar ik niet van kan weglopen. Ondanks dat ik al hartstikke druk ben. Dus ik doe mijn best.” Haar turnverleden heeft haar ook veel opgeleverd, merkte ze na afloop. Ze is gehard, wat haar soms helpt bij haar nieuwe roeping als arts. “Het is een beroep met een competitief klimaat, waar hard wordt gewerkt en ik niet kan schrikken als alles tegelijkertijd op mijn bord terechtkomt.” Maar de herinneringen aan haar turnverleden blijven altijd dichtbij. “Er zijn negatieve spoortjes, die komen af en toe boven. Dat kun je niet wegpoetsen. Ik zou gewoon liegen als ik zou beweren dat alles helemaal perfect is.” Dus draait Willems er niet omheen en zet ze zich in voor de toekomst. Al is het af en toe is het confronterend om te zien hoe anders de turnsport er tegenwoordig voor staat. “Soms word ik een beetje jaloers als ik zie hoe dat bij de CTO’s gaat en kijk naar de situatie waarin de meisjes en jongens topsport kunnen bedrijven. Met meer en professionelere begeleiding gericht op de individuele topturner of -turnster. Dan denk ik, jeetje, had ik dat toch maar als turnster kunnen meemaken. Maar goed”, relativeert ze, “tijden veranderen en daar groei je in mee.”


Spoedoperatie
Dat relativeren leerde ze nadat ze op haar twintigste stopte met turnen na een lange periode met blessureleed. Ze was een stil, verlegen meisje dat bijna niks durfde te zeggen met een heel negatief zelfbeeld, dat snakte naar adem na een beklemmend topsportleven. De afstand van de turnsport had ze hard nodig. Mede door zich te richten op haar studie geneeskunde, ontwikkelde ze zich in positieve zin. Vier jaar later deed ze iets wat voor bijna onmogelijk werd gehouden. In 2007 maakte ze op 24-jarige leeftijd een comeback als turnster. “Dat gebeurde eigenlijk heel toevallig. Ik combineerde het turnen altijd met school, ik denk ook dat dit belangrijk is. Maar plotseling had ik alleen mijn studie. Ik merkte dat ik daarnaast een doel miste en ging weer een kijkje nemen in de turnzaal.” Daar bleek dat ze het nog niet was verleerd. Haar voormalige coaches moedigden haar aan om weer te beginnen, Willems ging de uitdaging aan. “Ik dacht dat ik er inmiddels heel anders in stond. Dat alles goed zat in mijn hoofd en dat ik er beter mee zou kunnen omgaan. Ik was ervan overtuigd dat ik me niet weer zou laten opslokken door dat negatieve trainingsklimaat. Maar ik merkte dat dit niet het geval was. Toen is het ook misgegaan tussen mij en mijn trainster.” Willems verhuisde naar Zoetermeer, naar Pro Patria en probeerde haar hernieuwde turnbestaan te combineren met het lopen van coschappen. In 2009 haalde ze als 27-jarige, bijna afgestudeerde arts, het WK. Een prestatie waar ze nog steeds trots op is. Maar de combinatie van topsport en studie viel zwaar. Mede door vermoeidheid maakte ze fouten en Willems liep een trauma op aan haar voet. “Mijn onderbeen was bij de hak negentig graden gedraaid, waardoor mijn voet de andere kant op stond en het bot uit mijn vel stak. Dat was wel even schrikken.” Ze belandde voor een spoedoperatie in het ziekenhuis waar ze een maand later zou gaan werken. Niet lang daarna besefte Willems dat ze moest kiezen: turnen of een specialisatie als arts. Het werd dat laatste. Tweeënhalf jaar geleden werd ze fulltime-arts. Achteraf zegt ze: “Ik denk dat turnen en geneeskunde lastig te combineren is. Epke doet dezelfde combinatie als ik destijds deed. Maar hij heeft de mogelijkheid om zijn studie uit te stellen. En dat moet hij ook doen, met zijn bijzonder grote talent kan hij turnen op de eerste plaats zetten. Bij mij was dat niet het geval.”


Voor altijd verbonden
Ze is veranderd, weet ze. Sinds vijf jaar heeft Willems een stabiele relatie. “Mijn vriend is muzikant en bij hem zijn juist kanten goed ontwikkeld die bij mij minder ontwikkeld waren: rust en tevredenheid creëren in het leven en het sociale aspect. Mede dankzij hem ben ik veel dingen anders gaan zien. Maar dat wil niet zeggen dat het mij altijd lukt zo te zijn.” Ze laat een voorzichtig lachje horen. “Je neemt toch je verleden mee.” Dat verleden speelt ook een rol in haar nieuwe functie als bestuurslid. “Turnsters zijn geen robots, maar gewoon mensen die hun hele leven opgeven voor topsport. Ik heb nu het gevoel dat er respect is, vanuit meerdere kanten, vanuit de bond, de trainers, de clubs en ook de mensen van buiten de turnwereld. Dat is wat ik vroeger wilde en waar ik mijn steentje aan wil bijdragen. Ik wil gewoon dat de turnwereld nog beter wordt, ook al zijn ze er inmiddels al heel goed mee bezig.” Dat ze daardoor af en toe weer wordt geconfronteerd met het verleden, vreest ze niet. “Natuurlijk is dat niet altijd makkelijk. Maar wegblijven, werkt bij mij niet. Ik blijf altijd met de sport verbonden. Als er een wedstrijd in de buurt is, dan wil ik daar naartoe.” Willems weet dat veel voormalig turnsters niet meer betrokken zijn bij de sport. Iets wat ze graag anders zou zien. “Zij hebben het verleden moeten afsluiten om verder te kunnen. Ik hoop dat ervaren oud-turners in de toekomst wel behouden blijven voor de sport en zo meer ervaring op de werkvloer brengen.” Ze is dan ook blij met haar bestuursfunctie bij de KNGU. “Het turnen op zich is natuurlijk een hartstikke mooie sport. Zo gaaf om te zien. Dat mensen waar ik mee gewerkt heb in de finale van de Olympische Spelen staan en zelfs goud winnen, is zó bijzonder.” Haar ervaring telt in het nieuwe bondsbeleid. “Ik wil dat turners en trainers vooral de positieve kanten van deze sport ervaren en zo min mogelijk de negatieve. Als turnbond hebben we een nieuw strategisch beleid en besteden we aandacht aan een veilig sportklimaat, dat is belangrijk. Mijn hart ligt in die turnwereld en dat is heel sentimenteel. Ook al is die wereld voor mij niet altijd positief geweest, ik ben altijd blijven terugkomen.”

laatste reacties
"Is er in de buurt van Veenendaal een RG vereniging/club?
Ik l..."
Ritmische Gymnastiek 11 dagen
"Beste Mijnheer Kruis,

u kunt het beste zelf de verenig..."
Jubileumspelden 11 dagen
"21 dagen geleden( zie hierboven) heb ik een vraag gesteld en nog g..." Jubileumspelden 13 dagen